Misschien herken je het: je ligt al een tijdje in bed, het is stil, het licht is uit, en toch staat er vanbinnen iets aan dat maar niet wil uitgaan. Je hoofd weet dat het rustig is, maar je lijf gelooft het niet.
Op Lichtwerkplaats las ik mooie stukken over het lichaam dat niets vergeet en over de spiritualiteit van je lijf, waarin de nervus vagus en oefeningen om hem te kalmeren al langskomen. Als psychosomatisch fysiotherapeut werk ik daar dagelijks mee, en ik merk dat het vaak helpt om er ook eens heel gewone, lichamelijke taal aan te geven. Want als je begrijpt hoe je rustknop werkt, kun je hem ook makkelijker vinden.
Gas en rem: hoe je zenuwstelsel werkt
Diep in je lijf zit een systeem dat continu en zonder dat je erbij nadenkt je hartslag, ademhaling en spijsvertering regelt. Dat is je autonome zenuwstelsel, en je kunt het je voorstellen als een auto met een gaspedaal en een rem.
Het gaspedaal is je sympathische zenuwstelsel. Dat schiet aan zodra er iets van je gevraagd wordt: een wekker, een vol mailpostvak, een kind dat valt. Je hart gaat sneller, je spieren spannen aan, je ademhaling versnelt. Heel handig als je in actie moet komen.
De rem is je parasympathische zenuwstelsel, ook wel het rust-en-herstelsysteem genoemd. Dat zorgt ervoor dat je weer kunt zakken: je hartslag daalt, je spijsvertering komt op gang, je gaat dieper en rustiger ademen. Voor veel mensen voelt dat als thuiskomen in het eigen lijf.
In een gezonde situatie wisselen die twee elkaar de hele dag af. Je geeft even gas als het nodig is, en daarna neemt de rem het weer over.
Het probleem ontstaat niet doordat je gaspedaal werkt, maar doordat de rem soms maar moeilijk wil pakken.
Waarom ‘tot rust komen’ soms niet lukt
Stel je voor: je hebt het wekenlang druk gehad, je hebt jezelf voorbij gerend, en eindelijk is er een vrij weekend. Je verwacht dat je nu eindelijk kunt ontspannen, maar in plaats daarvan ben je onrustig, geprikkeld of doodmoe zonder dat je iets gedaan hebt. Dat is voor veel mensen verwarrend, want het klopt niet met wat ze hopen.
Wat hier vaak speelt, is dat het zenuwstelsel als het ware in een hoge versnelling is blijven staan. Als het gaspedaal lang ingedrukt blijft, raakt het lichaam daaraan gewend en gaat het die staat van paraatheid als normaal beschouwen. De rem wordt dan minder vanzelfsprekend. Rust nemen alleen is dan soms niet genoeg, omdat je lijf simpelweg even niet meer goed weet hoe het moet schakelen.
Dat is geen teken van zwakte en ook geen karakterfout. Het is een aanpassing van een systeem dat heel hard zijn best heeft gedaan om je door een drukke periode te loodsen.
En het goede nieuws is: schakelen is iets wat je opnieuw kunt leren. Niet door harder je best te doen, maar juist door het lichaam zachte signalen te geven dat het weer veilig is.
De nervus vagus: de hoofdkabel van je rustsysteem
Hier komt de nervus vagus in beeld, een naam die je op Lichtwerkplaats al eerder voorbij hebt zien komen. Het is de langste hersenzenuw van je lichaam en hij loopt vanuit je hersenstam helemaal naar beneden, langs je keel en hart tot diep in je buik. Je kunt hem zien als de belangrijkste kabel van je rem.
Wanneer deze zenuw actief is, geeft hij je lichaam het signaal dat het mag zakken: hartslag omlaag, ademhaling rustiger, de spijsvertering aan het werk. Daarom wordt hij wel de hoofdkabel van het rust-en-herstelsysteem genoemd. Wil je dieper begrijpen wat hier fysiologisch gebeurt, dan heb ik dat uitgebreider beschreven in een artikel over de nervus vagus en parasympathische regulatie op mijn eigen site.
Het mooie is dat je deze zenuw niet rechtstreeks kunt aansturen met je wil, maar wel indirect kunt uitnodigen. Via je ademhaling, je houding en je aandacht stuur je signalen die je rem helpen aangrijpen. Dat is precies waar de oefeningen hieronder over gaan.
Vier manieren om je rem aan te zetten
Wat hieronder staat zijn geen wondermiddelen, maar eenvoudige manieren die voor veel mensen kunnen helpen om het lichaam te laten zakken. Begin klein, en kijk vooral wat jij ervan merkt.
1. Adem langer uit dan je inademt. Dit is misschien wel het toegankelijkste. Adem rustig in door je neus, en maak je uitademing wat langer dan je inademing. Bijvoorbeeld vier tellen in, zes tellen uit. De uitademing is het moment waarop je rem zachtjes aangrijpt. Een paar minuten kan al genoeg zijn om een klein verschil te voelen.
2. Doe een korte lichaamsscan. Ga zitten of liggen en breng je aandacht langzaam door je lichaam, van je voeten tot je kruin. Je hoeft niets te veranderen, alleen maar op te merken: waar zit spanning, waar voelt het al wat zachter? Door te luisteren in plaats van te sturen, geef je je lijf de boodschap dat het er even mag zijn.
3. Maak contact met de grond. Voel je voeten op de vloer, je zitvlak op de stoel, je handen op je benen. Dit heet wel grounding. Het haalt je uit het maalmolentje van je gedachten en brengt je terug naar het hier en nu, wat voor veel mensen rustgevend werkt op momenten van onrust.
4. Beweeg zonder doel. Een rustige wandeling, niet om ergens te komen maar gewoon om te bewegen, kan het stresssysteem helpen schakelen. Voel je voeten, kies een ritme dat prettig is en laat je ademhaling meekomen. Tien minuten telt al.
Snappen in je hoofd, voelen in je lijf
Tot slot iets wat ik graag meegeef. Er zit een verschil tussen iets begrijpen in je hoofd en het echt voelen in je lijf. Je kunt alles weten over je zenuwstelsel en toch merken dat de onrust blijft. Dat is niet gek, want je lichaam leert niet door uitleg maar door ervaring, door herhaaldelijk te merken dat het mag zakken.
Wees daarom mild en geduldig. Een rustknop is geen schakelaar die je in één keer omzet, maar eerder een vaardigheid die je stukje bij beetje terugvindt. Elke keer dat je je lijf even uitnodigt om te zakken, oefen je dat schakelen opnieuw. En dat is, in de geest van kracht boven klacht, iets waar je zelf invloed op hebt.

