Waarom raakt het je zo wanneer iemand boos, teleurgesteld of ontevreden over je is? Je kunt heel goed weten dat je niets verkeerd hebt gedaan en toch blijven piekeren over wat er is gebeurd.

Je vraagt je af of je iets anders had moeten zeggen, of je de situatie had kunnen voorkomen en wat je kunt doen om het weer goed te maken. Zelfs wanneer je verstandelijk begrijpt dat de reactie van de ander niet helemaal terecht is, kan het je behoorlijk bezighouden. Alsof je pas weer kunt ontspannen wanneer je zeker weet dat alles tussen jullie in orde is.

Het kan zijn dat je dit patroon al heel lang kent.

Je probeert rekening te houden met anderen, wilt niemand onnodig kwetsen en neemt je verantwoordelijkheden serieus. Op zichzelf zijn dat natuurlijk prima eigenschappen. Maar wanneer je je ook verantwoordelijk gaat voelen voor hoe anderen zich voelen, wordt het een ander verhaal. Dan kan een boze reactie, een teleurgestelde blik of zelfs een kortaf berichtje voldoende zijn om je helemaal uit balans te brengen.

En het ingewikkelde is dat je vaak zelf ook wel weet dat je reactie buitenproportioneel is. Je weet dat je niet iedereen tevreden kunt houden. Je weet dat je fouten mag maken en dat een ander ook verantwoordelijk is voor zijn eigen gevoelens. Maar dat weten betekent nog niet dat je het ook zo ervaart. Want waar komt dat gevoel vandaan dat jij iets moet oplossen zodra iemand anders niet gelukkig is met jou?

Wanneer de stemming van een ander jouw verantwoordelijkheid wordt

Stel, je hebt op je werk een afspraak verkeerd begrepen. Je collega reageert geïrriteerd en laat duidelijk merken dat hij daar niet blij mee is. Je biedt je excuses aan, legt uit wat er is gebeurd en zorgt ervoor dat het wordt opgelost. Daarmee heb je in principe je verantwoordelijkheid genomen.

Toch laat de situatie je niet los. Onderweg naar huis denk je er opnieuw over na. Je vraagt je af of je collega nog steeds boos is, of hij nu anders over je denkt en of je morgen nog iets moet zeggen. Je voelt de behoefte om opnieuw uit te leggen hoe het heeft kunnen gebeuren, terwijl dat eigenlijk al besproken is. Of je zegt een afspraak met een vriendin af omdat je moe bent en behoefte hebt aan een avond voor jezelf. Zij reageert teleurgesteld. Je begrijpt haar teleurstelling, maar tegelijkertijd voel je je schuldig. Je begint uitgebreid uit te leggen waarom je echt niet kunt komen, terwijl je eigenlijk gewoon een grens hebt aangegeven.

Wat in beide situaties gebeurt, is dat je niet alleen bezig bent met je eigen handelen, maar ook met de emotionele reactie van de ander. Je wilt voorkomen dat iemand een negatief gevoel over jou heeft. En daar kan een overtuiging onder liggen die veel verder gaat dan de situatie zelf:

Als iemand boos of teleurgesteld in mij is, heb ik blijkbaar iets verkeerd gedaan. En als ik iets verkeerd heb gedaan, moet ik zorgen dat het weer goedkomt.

Die overtuiging hoeft niet letterlijk zo in je hoofd te zitten. Vaak merk je haar vooral aan je gedrag en aan de onrust die ontstaat wanneer iemand niet tevreden over je is.

Wanneer je vanuit die overtuiging leeft, wordt de stemming van een ander al snel een graadmeter voor hoe veilig en ontspannen jij je voelt.

Hoe ontstaat het gevoel dat je verantwoordelijk bent voor anderen?

De manier waarop je als kind leert omgaan met emoties, conflicten en de verwachtingen van anderen kan veel invloed hebben op hoe je daar later als volwassene mee omgaat. Als kind ben je afhankelijk van de volwassenen om je heen. Niet alleen voor eten, verzorging en een dak boven je hoofd, maar ook voor veiligheid, aandacht, bevestiging en emotionele verbinding. Je hebt mensen nodig bij wie je terechtkunt, ook wanneer je iets verkeerd doet, verdrietig bent of niet voldoet aan wat er van je wordt verwacht.

Wanneer die veiligheid niet vanzelfsprekend is, kan een kind manieren ontwikkelen om de relatie met zijn ouders of verzorgers zo goed mogelijk te houden. Bijvoorbeeld door extra zijn best te doen, zich aan te passen, geen problemen te veroorzaken of voortdurend rekening te houden met de stemming van de volwassenen om zich heen. Dat hoeft helemaal niet te betekenen dat er sprake was van een uitgesproken onveilige of liefdeloze jeugd. Ook binnen gezinnen waarin veel liefde aanwezig is, kunnen bepaalde emotionele behoeften onvoldoende worden gezien.

Een ouder kan bijvoorbeeld moeite hebben met emoties, snel geïrriteerd raken, zich terugtrekken wanneer er iets vervelends gebeurt of hoge verwachtingen hebben van het gedrag van een kind. Een ouder kan ook zelf zoveel zorgen of problemen hebben dat er weinig ruimte overblijft voor de gevoelens van het kind. Een kind kan daaruit de conclusie trekken dat het belangrijk is om anderen tevreden te houden. Want wanneer de ander tevreden is, blijft de verbinding bestaan en voelt het leven een stuk veiliger.

Dat is geen bewuste beslissing. Een kind gaat niet zitten bedenken dat het voortaan verantwoordelijk zal zijn voor de emoties van anderen. Het leert eenvoudigweg, door wat het dagelijks meemaakt, welk gedrag helpt om spanning te voorkomen en de relatie goed te houden. En wat je als kind hebt geleerd, neem je voor een deel mee in je volwassen leven.

Wanneer je ouders emotioneel niet beschikbaar waren

Een ouder kan fysiek aanwezig zijn en tegelijkertijd emotioneel moeilijk bereikbaar zijn. Je kunt met iemand onder één dak wonen, samen eten, op vakantie gaan en een ogenschijnlijk normaal gezinsleven hebben, terwijl er weinig ruimte is voor wat je werkelijk voelt of nodig hebt.

Misschien werd verdriet weggewuifd, was boosheid niet toegestaan of werd er nauwelijks gesproken over gevoelens. Misschien had je een ouder die zich bij conflicten terugtrok, waardoor je nooit goed wist wanneer het weer in orde was. Voor een kind kan dat behoorlijk verwarrend zijn. Het heeft nog niet het vermogen om te begrijpen dat een ouder eigen beperkingen, onverwerkte ervaringen of emotionele problemen kan hebben. Een kind betrekt de reactie van een ouder daarom gemakkelijk op zichzelf.

Wanneer papa boos is, zal ik wel iets verkeerd hebben gedaan. Wanneer mama verdrietig is, moet ik haar opvrolijken. Wanneer iemand zich terugtrekt, moet ik zorgen dat diegene weer contact met me wil.

Zo kan een kind een verantwoordelijkheid op zich nemen die helemaal niet bij een kind hoort.

Het leert de stemming van anderen in de gaten te houden en zijn eigen gedrag daarop af te stemmen. Het wordt gevoelig voor kleine veranderingen in iemands gezicht, stem of houding en probeert problemen te voorkomen voordat ze ontstaan. Wat ooit een begrijpelijke manier was om met de omstandigheden om te gaan, kan later een gewoonte worden die je behoorlijk in de weg zit. Je blijft als volwassene alert op de gevoelens van anderen, ook wanneer je daar helemaal niet verantwoordelijk voor bent.

Wanneer liefde en acceptatie voorwaardelijk gaan voelen

Een kind hoeft niet letterlijk te horen dat het alleen geliefd is wanneer het zich goed gedraagt om toch die indruk te krijgen.

Wanneer waardering vooral volgt op goede prestaties, behulpzaamheid of aangepast gedrag, terwijl fouten, boosheid of zelfstandigheid regelmatig leiden tot afwijzing of afstand, kan het gevoel ontstaan dat acceptatie afhankelijk is van wat je doet. Misschien kreeg je vooral complimenten wanneer je goed je best deed, verstandig was of anderen hielp. Misschien werd er minder positief gereageerd wanneer je je eigen zin wilde doen, ergens tegenin ging of iets niet goed had gedaan.

Dan kun je gaan ervaren dat het belangrijk is om aan verwachtingen te voldoen. Niet alleen omdat je graag iets goed wilt doen, maar omdat je merkt dat de reactie van de ander verandert wanneer je dat niet doet. Een fout maken betekent dan niet alleen dat er iets misgaat wat je kunt herstellen. Het kan ook voelen alsof je daarmee iets van de waardering, liefde of acceptatie van de ander op het spel zet.

En wanneer je die koppeling eenmaal hebt ontwikkeld, kan ze nog lang invloed hebben op de manier waarop je met andere mensen omgaat. Ook wanneer je inmiddels volwassen bent en de omstandigheden allang veranderd zijn.

Je kunt begrijpen wat er vroeger gebeurde en er toch nog last van hebben

Wanneer je ouder wordt en meer inzicht krijgt in je eigen geschiedenis, kun je vaak ook beter begrijpen waarom je ouders waren zoals ze waren.

Je ziet dat ze zelf bepaalde dingen niet hebben geleerd, dat ze emotioneel niet in staat waren om te geven wat je nodig had of dat ze met hun eigen problemen worstelden. Dat inzicht kan veel veranderen. Je hoeft het gedrag van je ouders niet langer persoonlijk op te vatten en kunt begrijpen dat hun beperkingen niet betekenen dat er iets mis was met jou. Maar daarmee zijn de gevolgen van wat je hebt meegemaakt niet automatisch verdwenen.

Je kunt inmiddels heel goed begrijpen dat de boosheid van je vader niet jouw verantwoordelijkheid was, terwijl je nog steeds spanning voelt wanneer iemand zijn stem verheft. Je kunt weten dat je moeder niet in staat was om op jouw emoties te reageren, terwijl je nog steeds geneigd bent om je eigen behoeften opzij te zetten wanneer iemand anders het moeilijk heeft. Dat komt doordat begrijpen en ervaren niet hetzelfde zijn.

Je verstand kan een situatie inmiddels heel anders beoordelen, terwijl je emotionele reactie nog sterk verbonden is met wat je vroeger hebt geleerd. En dat betekent ook dat je jezelf niet hoeft te blijven overtuigen van iets wat je eigenlijk allang weet. De volgende stap is dat je in het dagelijks leven nieuwe ervaringen opdoet, waarin je ontdekt dat je niet meer op dezelfde manier hoeft te reageren.

Begrijpen waarom iemand je vroeger niet kon geven wat je nodig had, betekent nog niet dat je hebt geleerd om je zonder die bevestiging veilig te voelen.

Het gaat niet altijd om een gebrek aan zelfvertrouwen

Wanneer iemand voortdurend bevestiging zoekt of bang is om anderen teleur te stellen, wordt al snel gedacht dat diegene onzeker is of weinig eigenwaarde heeft.

Maar zo eenvoudig ligt het niet. Je kunt heel goed weten wie je bent. Je kunt vertrouwen hebben in je eigen kwaliteiten, weten dat je betrouwbaar bent, integer handelt en zorgvuldig met anderen omgaat. Je kunt zelfstandig zijn, duidelijke keuzes maken en prima voor jezelf opkomen. En toch kan het je enorm raken wanneer iemand kritiek op je heeft of teleurgesteld in je is. Het verschil zit in wat je over jezelf weet en wat je verwacht van de reactie van anderen.

Je kunt vertrouwen hebben in jezelf, maar minder vertrouwen in de vanzelfsprekendheid waarmee anderen je blijven accepteren wanneer je niet aan hun verwachtingen voldoet. Het eerste gaat over hoe je jezelf ziet. Het tweede heeft te maken met wat je hebt geleerd over veiligheid en verbondenheid in relaties. Je weet dat je een goed mens bent, maar ergens leeft nog de verwachting dat je iets moet doen om te voorkomen dat een ander negatief over je denkt.

En dus probeer je alles zo goed mogelijk te doen. Niet noodzakelijk omdat je twijfelt aan je eigen kunnen, maar omdat je wilt voorkomen dat iemand reden heeft om boos, teleurgesteld of ontevreden over je te zijn. Je verstand kan heel goed begrijpen dat er niets aan de hand is, terwijl je lichaam toch reageert alsof er iets belangrijks op het spel staat. Je voelt spanning, blijft nadenken over wat er is gebeurd en merkt dat je pas weer rustig wordt wanneer je zeker weet dat de ander niet meer boos is.

Dat is een belangrijk onderscheid. Want wanneer je denkt dat het probleem bij je eigenwaarde ligt, kun je jarenlang blijven proberen om je zelfvertrouwen te vergroten, terwijl je eigenlijk iets anders te leren hebt. Namelijk dat iemand ontevreden over je kan zijn zonder dat daarmee onmiddellijk de relatie onveilig wordt.

Waarom je steeds probeert om alles goed te doen

Wanneer je gevoelig bent voor de teleurstelling of afkeuring van anderen, kan perfectionisme een manier worden om jezelf daartegen te beschermen.

Je controleert je werk nog een keer extra, bereidt gesprekken zorgvuldig voor en probeert mogelijke problemen vooraf te bedenken. Je wilt voorkomen dat iemand kritiek kan hebben op wat je doet. Op het eerste gezicht lijkt dat vooral een kwestie van verantwoordelijkheidsgevoel. Je bent zorgvuldig, betrouwbaar en wilt goed werk leveren. Maar het maakt nogal wat uit of je iets goed wilt doen omdat je kwaliteit belangrijk vindt, of omdat je bang bent voor wat er gebeurt wanneer iemand niet tevreden is.

In het eerste geval kun je meestal accepteren dat er weleens iets misgaat. Je herstelt een fout en gaat verder. In het tweede geval blijft een fout veel langer aan je knagen. Niet alleen vanwege de fout zelf, maar vooral vanwege de mogelijke gevolgen voor hoe iemand over je denkt. Je kunt dan blijven zoeken naar manieren om de situatie alsnog helemaal recht te trekken, ook wanneer er feitelijk niets meer opgelost hoeft te worden.

En juist omdat je zoveel probeert te voorkomen, krijg je weinig gelegenheid om te ervaren dat een ander best teleurgesteld of boos kan zijn zonder dat dit meteen iets betekent voor jouw waarde of de relatie.

Altijd opletten hoe iemand zich voelt

Een ander gevolg van dit patroon is dat je voortdurend bezig kunt zijn met de stemming van de mensen om je heen. Je merkt onmiddellijk wanneer iemand anders reageert dan normaal. Een kort berichtje, een zucht, een andere gezichtsuitdrukking of iemand die wat stiller is dan anders, kan al voldoende zijn om je af te vragen wat er aan de hand is.

En vooral of jij daar iets mee te maken hebt. Je gaat het laatste gesprek na, denkt terug aan wat je hebt gezegd en probeert te ontdekken of je ergens iets verkeerd hebt gedaan. Terwijl de ander misschien gewoon moe is, een vervelende dag heeft gehad of met iets heel anders bezig is. Die gevoeligheid voor de stemming van anderen hoeft op zichzelf helemaal geen probleem te zijn. Het kan juist een waardevolle eigenschap zijn. Je merkt dingen op, hebt oog voor wat er tussen mensen gebeurt en kunt je goed inleven in een ander.

Maar er is een verschil tussen iets waarnemen en denken dat je er verantwoordelijk voor bent. Je kunt merken dat iemand geïrriteerd is zonder dat die irritatie iets met jou te maken heeft. En zelfs wanneer iemand daadwerkelijk boos op je is, betekent dat nog niet dat jij iets verkeerd hebt gedaan. Wanneer je dat onderscheid niet maakt, wordt een waarneming al snel een conclusie. Je ziet dat iemand anders reageert dan normaal en vult vervolgens zelf in wat dat betekent.

Het lastige is dat je jezelf met dat voortdurende opletten ook steeds opnieuw bevestigt dat de stemming van anderen iets is waar jij rekening mee moet houden. Je aandacht gaat voortdurend naar buiten. Hoe voelt de ander zich? Is alles nog goed? Moet ik iets doen? Daardoor kan het moeilijk worden om werkelijk te ontspannen. Zelfs wanneer er niets aan de hand is, blijf je als het ware controleren of dat nog steeds zo is.

En wanneer je gewend bent om spanning tussen mensen onmiddellijk op te lossen, voelt niets doen al snel alsof je iets belangrijks nalaat. Terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn.

Waarom blijf je piekeren wanneer het eigenlijk al is opgelost?

Wanneer je sterk reageert op de ontevredenheid van anderen, kan het gebeuren dat je een situatie verstandelijk allang hebt afgerond, terwijl je er emotioneel nog middenin zit. Je hebt je verantwoordelijkheid genomen. Je hebt gedaan wat je kon. Er is niets meer wat je werkelijk hoeft te herstellen.

En toch blijf je ermee bezig. Dat komt doordat je niet altijd meer bezig bent met het oorspronkelijke probleem. Je probeert vooral af te komen van het ongemakkelijke gevoel dat iemand anders boos of teleurgesteld over je is. Dat verschil is belangrijk. Want wanneer er daadwerkelijk iets moet worden opgelost, kun je daar iets aan doen. Je kunt een gesprek voeren, een afspraak nakomen of een fout herstellen. Maar wanneer je vooral probeert om je eigen ongemak kwijt te raken, kan het oplossen eindeloos doorgaan.

Je bedenkt nieuwe verklaringen, zoekt bevestiging, stuurt nog een berichtje of probeert het gesprek opnieuw aan te gaan. Niet omdat de situatie daarom vraagt, maar omdat je hoopt dat je je daarna eindelijk weer rustig voelt. En wanneer de ander vervolgens vriendelijk reageert, voel je opluchting. Alleen leer je daarmee onbedoeld ook dat je die geruststelling nodig hebt om weer te kunnen ontspannen. Zo kan het patroon zichzelf in stand houden.

Iedere keer dat je iets onderneemt om de spanning weg te nemen en vervolgens opluchting ervaart, wordt de neiging sterker om de volgende keer hetzelfde te doen. Daardoor kun je steeds afhankelijker worden van de reactie van de ander om je eigen rust terug te vinden. Terwijl de werkelijke oefening juist ergens anders ligt. Niet bij het steeds beter leren voorkomen van ontevredenheid, maar bij het leren verdragen dat iemand niet tevreden over je is.

Wat is jouw verantwoordelijkheid en wat hoort bij de ander?

Er is een belangrijk verschil tussen verantwoordelijkheid nemen voor je eigen handelen en je verantwoordelijk voelen voor de emoties van anderen.

Natuurlijk ben je verantwoordelijk voor hoe je met mensen omgaat. Wanneer je iemand onnodig kwetst, een afspraak niet nakomt of een fout maakt die gevolgen heeft voor een ander, is het logisch dat je daar verantwoordelijkheid voor neemt. Je kunt luisteren, je excuses aanbieden, uitleg geven wanneer dat nodig is en proberen te herstellen wat er verkeerd is gegaan. Maar daarmee ben je nog niet verantwoordelijk voor alles wat de ander vervolgens voelt.

Iemand kan boos blijven nadat je je excuses hebt aangeboden. Iemand kan teleurgesteld zijn omdat je een grens aangeeft. En iemand kan ontevreden zijn over een beslissing die voor jou wel degelijk de juiste is. Dat betekent niet automatisch dat jij iets verkeerd hebt gedaan. Anderen hebben hun eigen verwachtingen, ervaringen, gevoeligheden en manieren om met teleurstelling om te gaan. Die spelen allemaal een rol in hoe iemand op jou reageert.

En daar heb jij niet altijd invloed op. Stel dat je een afspraak moet afzeggen omdat je rust nodig hebt. Je kunt dat zorgvuldig communiceren en begrijpen dat de ander teleurgesteld is. Maar die teleurstelling betekent niet dat je alsnog over je eigen grenzen heen moet gaan. Of stel dat je op je werk een beslissing neemt waar een collega het niet mee eens is. Je kunt luisteren naar de bezwaren, uitleggen waarom je die beslissing hebt genomen en openstaan voor nieuwe informatie. Maar je hoeft niet net zo lang te blijven uitleggen totdat de ander het volledig met je eens is.

Dat betekent overigens niet dat je de gevoelens van anderen moet negeren of dat je nooit rekening hoeft te houden met wat iemand nodig heeft. In een relatie, vriendschap of samenwerking is het juist belangrijk dat je naar elkaar luistert en bereid bent om je eigen aandeel onder ogen te zien. Maar rekening houden met iemand is iets anders dan ervoor zorgen dat diegene nooit boos, verdrietig of teleurgesteld raakt.

Je kunt verantwoordelijkheid nemen voor wat je doet, zonder verantwoordelijkheid te dragen voor alles wat een ander daarbij voelt.

Je mag iemand teleurstellen

Dit is voor veel mensen een van de moeilijkste dingen om werkelijk toe te laten. Je mag iemand teleurstellen. Niet omdat de gevoelens van die ander er niet toe doen, maar omdat je onmogelijk kunt leven zonder dat jouw keuzes weleens botsen met de wensen en verwachtingen van anderen.

Wanneer je altijd probeert te voorkomen dat iemand teleurgesteld raakt, zul je regelmatig beslissingen nemen die eigenlijk niet bij jou passen. Je zegt ja terwijl je nee bedoelt. Je neemt extra werk op je terwijl je agenda al vol zit. Je past je plannen aan, legt jezelf voortdurend uit en probeert ervoor te zorgen dat iedereen zich prettig blijft voelen. En voor je het weet, ben je zo druk met wat anderen nodig hebben dat je nauwelijks nog stilstaat bij wat jij zelf wilt.

Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat teleurstelling niet hetzelfde is als afwijzing. Een vriendin kan teleurgesteld zijn dat je niet meegaat en tegelijkertijd begrijpen dat je behoefte hebt aan rust. Een collega kan geïrriteerd zijn over een fout en je nog steeds waarderen om je werk. Je partner kan het oneens zijn met een beslissing zonder dat daarmee jullie relatie op het spel staat. En zelfs wanneer iemand daadwerkelijk negatief over je oordeelt, betekent dat nog niet dat zijn oordeel bepaalt wie jij bent.

Het kan prettig zijn wanneer anderen je begrijpen, je keuzes respecteren en waarderen wat je doet. We hebben allemaal behoefte aan verbinding en erkenning. Maar wanneer je die bevestiging nodig hebt om zelf weer rustig te worden, maak je jezelf afhankelijk van iets waar je uiteindelijk geen controle over hebt. Je kunt namelijk niet bepalen hoe iemand anders over je denkt. Je kunt je best doen om eerlijk, zorgvuldig en respectvol te handelen. Je kunt openstaan voor feedback en bereid zijn om van je fouten te leren. Maar je kunt niet garanderen dat iedereen je begrijpt of tevreden over je is.

En dat betekent ook dat je soms een gesprek moet kunnen laten rusten terwijl de ander nog steeds een andere mening heeft. Je hoeft niet eindeloos uit te leggen waarom je iets hebt gedaan. Je hoeft jezelf niet steeds opnieuw te verdedigen wanneer je al duidelijk bent geweest. En je hoeft niet te blijven zoeken naar precies die woorden waarmee je de ander alsnog gerust kunt stellen. Je waarde verandert niet doordat iemand anders op een bepaald moment ontevreden over je is.

Hoe leer je om anders met de reacties van anderen om te gaan?

De verandering begint niet bij jezelf aanleren dat het je niets meer mag doen wat anderen van je vinden.

Het is heel normaal dat je geraakt wordt door kritiek, afwijzing of teleurstelling. We leven nu eenmaal met andere mensen en onze relaties zijn belangrijk voor ons. Je hoeft dus niet ongevoelig te worden of je niets meer aan te trekken van de mensen om je heen. Waar het om gaat, is dat je leert onderscheiden wanneer er werkelijk iets van jou wordt gevraagd en wanneer je vooral reageert vanuit een oud gevoel van verantwoordelijkheid.

Dat vraagt om bewustwording, maar vooral ook om oefening. Want iedere keer dat je onmiddellijk iets probeert recht te zetten om je eigen spanning kwijt te raken, blijf je doen wat je gewend bent. Je kunt ook iets anders proberen. Wanneer iemand boos of teleurgesteld reageert, hoef je niet meteen te handelen. Je kunt eerst onderzoeken wat er feitelijk is gebeurd en wat jouw aandeel daarin is. Misschien heb je inderdaad iets verkeerd gedaan. Dan kun je dat herstellen.

Maar misschien heeft de ander vooral andere verwachtingen dan jij. Misschien vindt iemand het vervelend dat je een grens aangeeft. Of misschien heeft de reactie van diegene veel meer met zijn eigen omstandigheden te maken dan met jou. Je hoeft niet onmiddellijk te weten hoe je het voor iedereen goed kunt maken. En je hoeft ook niet ieder ongemakkelijk gevoel weg te nemen. Juist door dat gevoel een tijdje toe te laten zonder er direct naar te handelen, kun je ontdekken dat je het kunt verdragen.

Dat iemand boos kan zijn terwijl jij verdergaat met je dag. Dat iemand teleurgesteld kan zijn zonder dat jij je beslissing hoeft terug te draaien. En dat je een fout kunt maken zonder jezelf vervolgens urenlang te moeten verdedigen. Dat leer je niet alleen door erover na te denken, maar vooral door het in het dagelijks leven te ervaren.

Een praktische oefening wanneer je blijft piekeren over iemands reactie

De volgende keer dat je merkt dat je blijft nadenken over een gesprek, een boze reactie of iemand die teleurgesteld in je is, probeer dan niet onmiddellijk een oplossing te bedenken.

Neem eerst even de tijd om te onderzoeken wat er werkelijk aan de hand is. Misschien helpt het om je gedachten op te schrijven, zodat je beter onderscheid kunt maken tussen wat er feitelijk is gebeurd en wat je daar zelf over denkt. Stel jezelf vervolgens deze drie vragen.

1. Wat is feitelijk mijn verantwoordelijkheid?

Kijk naar wat er daadwerkelijk is gebeurd, zonder er meteen allerlei betekenissen aan te verbinden.

Heb je iets verkeerd gedaan? Heb je een afspraak niet nagekomen, iets over het hoofd gezien of iemand onnodig gekwetst? Dan kun je daar verantwoordelijkheid voor nemen en herstellen wat mogelijk is. Maar wees ook eerlijk wanneer je niets verkeerd hebt gedaan. Dat iemand niet blij is met jouw beslissing, betekent nog niet dat die beslissing verkeerd was. Probeer daarom onderscheid te maken tussen wat je werkelijk hebt gedaan en wat je vreest dat de ander daarvan vindt.

2. Wat is de verantwoordelijkheid van de ander?

De ander heeft recht op zijn eigen gevoelens. Iemand mag boos zijn, teleurgesteld zijn of het ergens niet mee eens zijn.

Maar de manier waarop iemand met die gevoelens omgaat, is ook zijn eigen verantwoordelijkheid. Misschien is iemand teleurgesteld omdat iets anders loopt dan gehoopt. Misschien raakt jouw beslissing aan een persoonlijke gevoeligheid of had de ander eenvoudigweg iets anders van je verwacht. Je kunt daar begrip voor hebben zonder de volledige verantwoordelijkheid naar je toe te trekken. Je hoeft niet automatisch iets te veranderen omdat een ander ontevreden is. En je hoeft er niet voor te zorgen dat iemand zich onmiddellijk weer prettig voelt.

Je kunt begrip hebben voor iemands reactie zonder die reactie op te lossen.

3. Wat probeer ik nu eigenlijk op te lossen?

Dit is misschien wel de belangrijkste vraag. Ben je nog bezig met een werkelijk probleem waarvoor een oplossing nodig is? Of probeer je vooral het ongemakkelijke gevoel kwijt te raken dat iemand anders niet tevreden over je is? Misschien wil je nog een bericht sturen, opnieuw uitleggen wat je bedoelde of controleren of de ander inmiddels weer vriendelijk tegen je doet.

Vraag jezelf dan af wat je daarmee hoopt te bereiken. Wil je werkelijk iets rechtzetten, of wil je vooral de zekerheid dat de ander je nog steeds waardeert? Wanneer je merkt dat het vooral om dat laatste gaat, hoef je niet opnieuw het gesprek aan te gaan, jezelf te verdedigen of nog meer uitleg te geven. Je kunt het gevoel gewoon even laten bestaan. Dat kan in het begin behoorlijk ongemakkelijk zijn. Je bent immers gewend om iets te ondernemen zodra je merkt dat iemand niet blij met je is.

Maar probeer eens te ervaren wat er gebeurt wanneer je dat niet doet. Ga verder met waar je mee bezig was. Maak een wandeling, ga aan het werk of doe iets waar je aandacht voor nodig is. Niet om je gevoelens weg te drukken, maar om te ervaren dat je je leven gewoon kunt voortzetten terwijl dat ongemak er nog is. Wanneer je gedachten opnieuw naar de situatie gaan, kun je jezelf eraan herinneren dat je je verantwoordelijkheid hebt genomen en dat er op dit moment niets meer hoeft te gebeuren.

En wanneer je merkt dat er toch nog iets is wat je werkelijk moet bespreken of herstellen, kun je dat natuurlijk alsnog doen. Het gaat er niet om dat je nooit meer ergens op terug mag komen. Het gaat erom dat je leert herkennen vanuit welke behoefte je dat doet.

Wat je ontdekt wanneer je dit blijft oefenen

Een patroon dat je misschien al tientallen jaren met je meedraagt, verandert niet doordat je er één keer anders over denkt. Maar iedere keer dat je bewust een andere keuze maakt, doe je een nieuwe ervaring op.

Je ontdekt dat de spanning kan afnemen zonder dat je de reactie van de ander hebt veranderd. Dat een meningsverschil niet automatisch betekent dat een relatie verloren gaat. En dat je niet voortdurend verantwoordelijk hoeft te zijn voor de sfeer, de harmonie of het emotionele welzijn van de mensen om je heen. Je hoeft niet voortdurend te bewijzen dat je een goed mens bent. Je hoeft niet te voorkomen dat anderen boos of teleurgesteld over je zijn en je hoeft ook niet iedere relatie voortdurend in evenwicht te houden.

Je mag fouten maken, je mag grenzen aangeven en je mag keuzes maken waar anderen niet blij mee zijn. En wanneer je daadwerkelijk iets verkeerd doet, kun je daar gewoon verantwoordelijkheid voor nemen. Het doel is niet dat je niets meer voelt wanneer iemand boos of teleurgesteld is. Het doel is dat je leert ervaren dat je die gevoelens kunt verdragen zonder dat je iets hoeft te herstellen wat niet jouw verantwoordelijkheid is.

 

Tiara Kroes

Is het tijd voor meer helderheid?

Loop je ergens tegenaan, twijfel je over een keuze of weet je niet goed hoe je verder moet?

Een Helder Sessie geeft je inzicht in wat er werkelijk speelt, wat je belemmert en welke mogelijkheden je hebt. Zo krijg je helder wat jouw beste eerstvolgende stap is.

Tiara Kroes (oprichter van Lichtwerkplaats) begeleidt al meer dan 20 jaar mensen bij persoonlijke en ondernemersvraagstukken in haar praktijk Krachtzieners. Met haar sterk ontwikkelde intuïtie en helder zien komt ze snel tot de essentie, zichtbaar wat je remt en waar je kansen liggen.

Om kennis te maken of voor een Helder Sessie of Traject, klik hier.

Deel en inspireer anderen