Er wordt veel gesproken over frequentie. Je hoort dat bepaalde mensen een ‘hoge energie’ hebben, dat een ruimte niet goed voelt, dat muziek je stemming kan veranderen of dat je van een bepaalde kleur onmiddellijk rustig wordt. Ook aan planten, etherische oliën en zelfs emoties worden regelmatig specifieke frequenties toegeschreven.
Maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee?
Want frequentie is niet alleen een spiritueel of energetisch begrip. Het is ook een heel concrete natuurkundige grootheid. Licht heeft een frequentie. Geluid heeft een frequentie. Elektromagnetische golven hebben een frequentie. Ons brein vertoont ritmische elektrische activiteit. Ons hart klopt in een bepaald ritme.
Tegelijkertijd gebruiken we het woord frequentie ook voor iets wat veel moeilijker in cijfers te vangen is: onze innerlijke toestand. We zeggen dat iets met ons ‘resoneert’, dat we ons opgeladen of juist leeg voelen, of dat de sfeer in een ruimte verandert zodra iemand binnenkomt.
Misschien hoeven we die twee werelden niet op één hoop te gooien om nieuwsgierig te kunnen zijn naar wat ze met elkaar te maken hebben.
Alles beweegt
Op het meest fundamentele niveau is de wereld om ons heen voortdurend in beweging. Moleculen bewegen, atomen trillen en elektromagnetische straling plant zich voort als golven. Frequentie beschrijft eenvoudig gezegd hoe vaak een periodieke beweging of golf zich per seconde herhaalt. De eenheid daarvoor is hertz: één hertz is één cyclus per seconde.
Sommige van die bewegingen kunnen we rechtstreeks waarnemen. Geluid kunnen we horen wanneer de frequentie binnen ons gehoorbereik valt. Licht kunnen we zien wanneer elektromagnetische straling binnen het zichtbare spectrum valt.
Andere bewegingen merken we niet rechtstreeks op.
Ook de aarde heeft elektromagnetische resonanties. De bekendste daarvan zijn de Schumann-resonanties, die ontstaan in de ruimte tussen het aardoppervlak en de ionosfeer. De laagste resonantiemodus ligt rond 7,83 Hz.
Dat gegeven is daadwerkelijk meetbaar. De veel verdergaande bewering dat deze 7,83 Hz bijvoorbeeld dé natuurlijke frequentie van het menselijk lichaam zou zijn, is iets anders. Daarvoor bestaat geen vergelijkbaar wetenschappelijk bewijs.
Dat onderscheid wordt interessant wanneer we verder kijken naar planten en etherische oliën.
Hebben planten en etherische oliën een eigen frequentie?
Binnen de wereld van aromatherapie en energetisch werken worden al jarenlang frequentiewaarden genoemd voor etherische oliën. Je komt bijvoorbeeld deze lijst tegen:
- Roos — 320 MHz
- Lavendel — 118 MHz
- Mirre — 108 MHz
- Kamille — 105 MHz
- Citroenmelisse — 102 MHz
- Jeneverbes — 98 MHz
- Sandelhout — 98 MHz
- Pepermunt — 78 MHz
Daarnaast wordt binnen dit frequentiemodel vaak beschreven dat etherische oliën tussen ongeveer 52 en 320 MHz zouden resoneren en dat een gezond menselijk lichaam doorgaans tussen ongeveer 62 en 78 MHz zou liggen.
Dat klinkt behoorlijk concreet. Juist daarom is een kanttekening belangrijk. Deze waarden zijn niet algemeen aanvaarde wetenschappelijke meetwaarden voor de ‘levensfrequentie’ van planten, oliën of mensen. Er bestaat binnen de reguliere natuurkunde of geneeskunde geen gangbare methode waarmee bijvoorbeeld wordt vastgesteld dat rozenolie als geheel op 320 MHz trilt.
We kunnen die getallen dus wel benoemen als onderdeel van een energetisch frequentiemodel, maar niet alsof het vaststaande natuurkunde is.
Dat betekent alleen niet dat planten en geuren niets met ons doen. Integendeel.
Geur komt binnen voordat je er woorden voor hebt
Een etherische olie bestaat uit allerlei vluchtige chemische verbindingen. Wanneer je eraan ruikt, bereiken die moleculen receptoren in je neus. Via het reuksysteem worden signalen doorgegeven aan hersengebieden die onder andere betrokken zijn bij emotie en geheugen.
Daarom kan geur je soms raken voordat je er überhaupt een gedachte bij hebt.
De geur van dennennaalden kan je ineens terugbrengen naar een vakantie van twintig jaar geleden. Lavendel kan een gevoel van rust oproepen. De geur van een bepaald parfum kan in één seconde iemand voor je neus zetten die je jarenlang niet hebt gezien.
We hoeven daar geen 118 MHz voor nodig te hebben om te erkennen dat geur onze toestand kan veranderen.
En precies daar wordt het begrip frequentie interessant.
Kleur hééft letterlijk een frequentie
Bij kleur kunnen we nog concreter worden. Wat wij als kleur zien, is een deel van het elektromagnetische spectrum. Verschillende kleuren zichtbaar licht hebben verschillende golflengten en daarmee verschillende frequenties.
Globaal ziet dat er ongeveer zo uit:
- Rood — 400–484 THz
- Oranje — 484–508 THz
- Geel — 508–526 THz
- Groen — 526–606 THz
- Blauw — 606–668 THz
- Violet — 668–789 THz
Hier hebben we het dus niet over een energetisch model of symbolische waarden. Dit zijn natuurkundige eigenschappen van zichtbaar licht.
Rood licht heeft een langere golflengte en lagere frequentie. Naarmate we richting violet gaan, wordt de golflengte korter en de frequentie hoger.
Maar dan gebeurt er iets fascinerends.
Ons oog ontvangt licht, onze hersenen verwerken dat signaal en wij ervaren kleur.
En kleur kan vervolgens weer iets met ons doen.
Fel, koel licht kan heel anders aanvoelen dan warm, gedempt licht. Een knalrode kamer geeft een andere zintuiglijke ervaring dan een ruimte in zachte groentinten. Licht speelt bovendien een belangrijke rol in onze biologische klok en daarmee in processen rond wakker zijn en slapen.
De natuurkundige frequentie van licht en onze psychologische ervaring van kleur zijn dus niet hetzelfde. Maar ze ontmoeten elkaar wel in ons lichaam.
En hoe zit het dan met de frequentie van emoties?
Ook aan gevoelens worden op internet en binnen verschillende energetische stromingen frequenties gekoppeld. Je ziet bewustzijnsschalen waarop bijvoorbeeld angst, verdriet, liefde, vreugde en verlichting allemaal een eigen getal krijgen.
Soms worden die getallen vervolgens weergegeven alsof het letterlijk meetbare frequenties in hertz zijn.
Dat is wetenschappelijk niet vastgesteld. Er bestaat geen natuurkundige frequentietabel waarin bijvoorbeeld liefde één vaste frequentie heeft en angst een andere.
Maar er is nog een andere reden waarom emoties, kleuren en frequenties in energetische tradities vaak met elkaar verbonden worden: de chakra’s.
Binnen verschillende chakramodellen worden de zeven hoofdchakra’s gekoppeld aan bepaalde lichamelijke en emotionele thema’s én aan kleuren. Het wortelchakra wordt bijvoorbeeld verbonden met rood, het hartchakra met groen en het keelchakra met blauw.
Aan die chakra’s worden vervolgens ook bepaalde gevoelens en levensthema’s verbonden. Angst, veiligheid en bestaanszekerheid worden bijvoorbeeld vaak bij het wortelchakra geplaatst. Liefde, verbinding en verdriet bij het hartchakra. Expressie, jezelf uitspreken en waarheid bij het keelchakra.
Daardoor ontstaat binnen zo’n energetisch model een interessante keten:
emotie → chakra → kleur → frequentie
En daar zit een bijzonder raakvlak. Want de kleur heeft daadwerkelijk een meetbare frequentie. Rood licht bevindt zich werkelijk in een ander frequentiegebied dan groen of blauw licht.
De stap van de kleur rood heeft een bepaalde elektromagnetische frequentie naar het wortelchakra en de bijbehorende emoties hebben dus diezelfde frequentie kunnen we wetenschappelijk echter niet maken. Dat is een energetische of symbolische interpretatie.
Maar als model kan het wel een manier zijn om te onderzoeken hoe we onszelf ervaren.
Misschien hoeft niet alles letterlijk meetbaar te zijn om betekenisvol te kunnen zijn.
Een gevoel is ook lichamelijk
Want gevoelens zijn ondertussen bepaald niet alleen maar abstracte gedachten.
Voel maar eens wat er in je lichaam gebeurt wanneer je hevig schrikt.
Je hartslag verandert. Je ademhaling verandert. Je spieren spannen zich aan. Je aandacht versmalt. Je zenuwstelsel reageert.
Vergelijk dat eens met een moment waarop je volkomen ontspannen in de zon zit, iemand vasthoudt van wie je houdt, diep geraakt wordt door muziek of helemaal opgaat in iets wat je graag doet.
Ook dan verandert je lichamelijke toestand.
Een emotie heeft dus niet één simpele frequentie die we op een meter kunnen aflezen. Maar een emotie verandert wél wat er in ons lichaam gebeurt.
En dat maakt de vraag misschien interessanter dan een tabelletje met getallen.
Geluid maakt frequentie hoorbaar
Misschien is geluid wel de gemakkelijkste manier om zelf te ervaren wat frequentie betekent.
Een lage toon bestaat uit langzamere trillingen. Een hoge toon uit snellere.
De standaardstemming voor de A boven de centrale C is bijvoorbeeld meestal 440 Hz. Dat betekent dat de geluidsgolf 440 cycli per seconde heeft.
En toch ervaren we muziek nooit alleen als een getal.
Een paar tonen kunnen kippenvel veroorzaken. Een ritme kan ervoor zorgen dat je lichaam vanzelf wil bewegen. Een stem kan je kalmeren. Een bepaald liedje kan je binnen enkele seconden terugbrengen naar je jeugd.
Iets wat begint als een fysieke trilling van lucht wordt uiteindelijk een menselijke ervaring.
Misschien bedoelen we met resonantie iets veel groters
En dan komen we bij dat mooie woord: resonantie.
In de natuurkunde heeft resonantie een precieze betekenis. Een systeem kan sterker gaan meetrillen wanneer het wordt aangedreven op of nabij een eigenfrequentie.
In ons dagelijks taalgebruik gebruiken we hetzelfde woord veel ruimer.
Dit resoneert met mij.
Daarmee bedoelen we meestal niet dat iemand zojuist onze frequentie in hertz heeft gemeten.
We bedoelen:
Dit raakt iets in mij.
Een schilderij. Een stem. Een geur. Een landschap. Een kleur. Een zin uit een boek. Een ruimte. Een mens.
Soms weten we onmiddellijk dat iets ons goed doet. Soms merken we pas na maanden dat een omgeving ons voortdurend onrustig maakt.
Misschien is dát uiteindelijk interessanter dan de vraag of rozenolie werkelijk 320 MHz meet.
Waarmee omring jij jezelf?
We besteden veel aandacht aan wat we eten. Wat bevat het? Is het gezond? Wat doet het met mijn lichaam?
Maar er komt de hele dag nog veel meer bij ons binnen.
Licht. Kleur. Geluid. Geur. Beelden. Natuur. Ruimtes. Mensen. Woorden. Aanraking. Stilte.
Alles wordt op een andere manier door onze zintuigen, hersenen en ons zenuwstelsel verwerkt. En alles kan iets veranderen aan hoe we ons op dat moment voelen.
Dus misschien is de interessantste vraag niet:
Wat is mijn frequentie?
Maar:
Wat voedt mijn lichaam?
En vervolgens:
Wat voedt mijn energie?
Niet omdat alles wat prettig voelt automatisch een ‘hoge frequentie’ heeft. En ook niet omdat we ieder verdrietig, boos of angstig gevoel zo snel mogelijk zouden moeten proberen op te krikken naar een hogere energetische stand.
Maar omdat het interessant is om eens werkelijk op te merken wat er gebeurt wanneer je jezelf omringt met iets wat je goeddoet.
Zet muziek op waar je lichaam van wil bewegen. Ga naar buiten en kijk naar het groen. Ruik aan rozemarijn, lavendel of een roos. Doe het grote licht uit en steek een lamp aan die de kamer warm maakt. Kijk naar kunst waar je ogen naartoe blijven trekken. Ga naast iemand zitten bij wie je lijf vanzelf zachter wordt.
En merk op.
Wat gebeurt er met je ademhaling? Met je lijf? Met je gedachten? Waar krijg je ruimte van? Waar word je rustig van? Waar gaat juist iets van léven?
Misschien hoeven we niet alles wat we ervaren in hertz of megahertz uit te drukken om serieus te nemen dat de wereld voortdurend iets met ons doet.
We beïnvloeden onze omgeving. En onze omgeving beïnvloedt ons.
Misschien is dát wel de meest alledaagse vorm van werken met energie.
Begin je dag vanuit jezelf
Wat gebeurt er als je niet meteen begint met alles wat er van je gevraagd wordt, maar eerst even afstemt op jezelf?
Morning Alchemy is een eenvoudig ochtendritueel waarin meditatie, beweging en schrijven samenkomen. Om te voelen hoe je erbij zit, ruimte te maken in je hoofd en je dag bewuster te beginnen.
