We zeggen het zonder erbij na te denken: ik moet echt weer eens de natuur in, ik voel me zoveel beter als ik buiten ben, we zouden dichter bij de natuur moeten leven. Ik begrijp wat mensen bedoelen. Een wandeling door het bos, de geur van de aarde na een regenbui of de stilte van een vroege ochtend kan heerlijk zijn.

Maar waar zijn we eigenlijk wanneer we níét in de natuur zijn? Achter ons bureau, in de supermarkt of thuis op de bank met een boek zijn we er geen haar minder onderdeel van. We spreken over de natuur alsof het een plek is die we kunnen bezoeken en daarna weer verlaten, terwijl we er geen moment buiten kunnen bestaan.

Wanneer zijn we onszelf als iets afzonderlijks gaan beschouwen?

In het westerse denken groeide een onderscheid tussen de mens als denkend, onderzoekend wezen en de natuur als iets wat bestudeerd en beheerst kon worden. Die ontwikkeling heeft ons veel kennis opgeleverd, maar ook de indruk versterkt dat wij op een bepaalde manier buiten de natuurlijke processen staan.

Bruno Latour stelde die scheiding ter discussie. Hij liet zien hoe mensen, andere levensvormen, technologie en materiële omstandigheden voortdurend met elkaar verweven zijn. Wat wij een zelfstandige menselijke handeling noemen, blijkt vaak afhankelijk van een hele wereld aan relaties. Dat begint al bij ons eigen lichaam.

Je lichaam is geen op zichzelf staand wezen

Onze huid lijkt de grens tussen onszelf en de buitenwereld te vormen, maar biologisch is die grens veel minder absoluut. Op onze huid en in onze mond en darmen leven gemeenschappen van bacteriën, schimmels en andere micro-organismen. Ze spelen onder meer een rol bij de vertering van voedsel en de werking van ons afweersysteem. Ons lichaam is dus ook een leefomgeving voor andere organismen.

Bovendien nemen we voortdurend stoffen op uit de omgeving en geven die weer af. Wat vandaag onderdeel is van een plant, kan morgen onderdeel zijn van ons lichaam. We hebben een eigen bewustzijn, eigen herinneringen en verlangens, maar dat betekent niet dat we los van de rest bestaan.

Een bos bestaat niet uit losse bomen

Tijdens een wandeling zie je bomen, struiken, mossen en hier en daar een paddenstoel, maar onder je voeten ligt een wereld van wortels, schimmels, bacteriën en bodemorganismen. Schimmels kunnen met plantenwortels samenwerken bij de opname van water en voedingsstoffen, en afgevallen bladeren worden afgebroken en dragen bij aan de bodem. Insecten eten planten, vogels eten insecten, dieren verspreiden zaden en regenwater beweegt door het landschap.

Het bos is dus geen verzameling losse onderdelen die toevallig op dezelfde plek staan. Het functioneert dankzij relaties, en wanneer één onderdeel verandert, kan dat gevolgen hebben voor vele andere. Precies dat geldt ook voor ons.

Een verkeerd beeld van onafhankelijkheid

We bewonderen mensen die hun eigen weg gaan en we leren kinderen zelfstandig te worden. Dat is waardevol, maar de vraag is hoe onafhankelijk we werkelijk zijn. Je kunt financieel onafhankelijk zijn en toch afhankelijk blijven van voedselproducenten, waterleidingen, bodems, ecosystemen en andere mensen. Je kunt een eigen huis hebben, maar niet zonder de aarde waarop het staat.

We kunnen zelfstandig handelen, maar niet zelfstandig bestaan. Vrijheid vraagt daarom niet dat we alle afhankelijkheid ontkennen. Ze vraagt dat we bewust omgaan met de relaties waarbinnen we leven, zonder daarbij onze eigenheid te verliezen.

Wat gebeurt er wanneer we de verbinding niet meer ervaren?

Je kunt uitstekend begrijpen hoe fotosynthese werkt en waarom biodiversiteit belangrijk is, zonder je verbonden te voelen met de wereld om je heen. Kennis en ervaring zijn niet hetzelfde. Veel van ons dagelijks leven is bovendien zo ingericht dat we nauwelijks stilstaan bij de natuurlijke processen waarvan we afhankelijk zijn. Water komt uit de kraan, voedsel uit de supermarkt en wanneer het koud is, zetten we de verwarming aan.

Dat is een enorme verworvenheid, maar het maakt de oorsprong van wat ons leven mogelijk maakt ook minder zichtbaar. Zelfs een computer, een ziekenhuis of een wolkenkrabber bestaat dankzij grondstoffen, energie en natuurlijke processen. We hebben de natuur niet verlaten; we hebben vooral meer lagen tussen onszelf en haar werking aangebracht.

Verbondenheid is niet alleen iets moois

Bij verbondenheid denken we al snel aan harmonie en samenhang, maar verbonden zijn betekent niet dat alles vriendelijk of vreedzaam is. Ook ziekteverwekkers, parasieten, overstromingen en bosbranden horen bij natuurlijke processen. Organismen concurreren om licht, voedsel en ruimte, en veranderingen die voor de ene soort gunstig zijn, kunnen een andere schaden.

We hoeven de natuur niet te idealiseren om te erkennen dat we er onderdeel van zijn. Anders vervangen we het idee dat de natuur beheerst moet worden alleen maar door het even eenzijdige idee dat ze ons altijd zal ondersteunen. Verbondenheid betekent dat we elkaar beïnvloeden, dat ons handelen gevolgen heeft en dat we niet altijd kunnen voorspellen wat de uitkomst zal zijn.

Wat betekent het om werkelijk onderdeel te zijn?

Het helpt om de vraag om te draaien. In plaats van te vragen hoe we dichter bij de natuur komen, kunnen we onderzoeken waarom we ons er zo vaak van afgescheiden voelen. Als de verbinding nooit verdwenen is, gaat het vooral om ons bewustzijn ervan.

Een appel is ontstaan uit zonlicht, water, voedingsstoffen uit de bodem, bestuiving en de groei van een boom. Iedere ademhaling verbindt ons met processen die zich over de hele aarde afspelen. Dat zijn gewone biologische en ecologische gebeurtenissen, maar juist daarin schuilt iets indrukwekkends. We hoeven er niets bovennatuurlijks aan toe te voegen om ons erover te verwonderen.

Van begrijpen naar anders leven

Het is gemakkelijk om te zeggen dat alles met elkaar verbonden is, maar als we vervolgens blijven leven alsof de wereld alleen bestaat om onze behoeften te vervullen, verandert er weinig. Dat inzicht heeft gevolgen voor de bodem waarop ons voedsel wordt verbouwd, voor dieren in industriële productiesystemen en voor insecten die verdwijnen uit landschappen die steeds efficiënter voor mensen worden ingericht.

Verandering begint daarbij niet altijd met grootse beslissingen. Ze kan beginnen met aandacht: weten waar je voedsel vandaan komt, ontdekken wat er leeft in je tuin of buurt, en bij een bouwplan niet alleen vragen wat mogelijk is, maar ook wat er verloren gaat.

We hoeven niet terug naar de natuur

Terug naar de natuur gaan suggereert dat we ooit zijn vertrokken. De ontwikkeling van landbouw, steden, wetenschap en technologie heeft ons echter niet buiten de natuurlijke wereld geplaatst. We hebben onze manier van leven veranderd en enorme invloed gekregen op ecosystemen, maar we zijn zelf natuur gebleven.

De vraag is dus niet hoe we teruggaan naar iets wat we hebben verlaten, maar hoe we met alles wat we weten en kunnen, leven vanuit het besef dat we nooit afzonderlijk hebben bestaan. Dat vraagt geen minder menselijke intelligentie, wel het vermogen om onze afhankelijkheid en invloed beter te doorzien. We hoeven de natuur niet op te zoeken om ermee verbonden te raken; we kunnen haar niet verlaten.

 

Dit artikel hebben we geschreven, geïnspireerd door het gedachtegoed van de Franse filosoof Bruno Latour. Hier lees je meer over hem en ontdek je de andere artikelen uit deze serie.

Ook vind je er een overzicht van inspirerende initiatieven die deze ideeën in de praktijk brengen en waar je zelf op verschillende manieren aan kunt bijdragen.

Deel en inspireer anderen