Trek je tuinhandschoenen maar aan en pluk een emmertje vol: brandnetels! De brandnetel is misschien niet de meest geliefde plant, maar wel heel nuttig en lekker in de soep.
Pluk de brandnetels op een wat meer afgelegen plek, of in je eigen tuin. En maak je geen zorgen, eenmaal gekookt water over de bladeren heen (oprollen of kneuzen kan ook) zijn de brandharen verdwenen. Slinger ze daarna droog en ze zijn klaar voor gebruik.
Naast vitaminen bevatten brandnetels ook een flink aantal mineralen. Houd je vast: ijzer, silicium, calcium, kalium, boron, natrium, koper, magnesium, zink, zwavel, mangaan, chroom en bepaalde nitraten. Een brandnetelsoepje is dan ook een echte oppepper bij vermoeidheid.
Dit heb je nodig voor brandnetelsoep:
- 1 grote ui (fijngesneden)
- 1 teentje knoflook (uitgeperst)
- 2 aardappelen (in stukjes gesneden)
- 2 handenvol verse jonge brandneteltoppen (gesneden)
- 2 eetlepels bloem
- liter groentebouillon
- olijfolie
- zout en peper naar smaak.
Zo maak je het:
Was de brandnetels goed. Snij het harde steeltje af en snij de blaadjes in stukjes. Schil de aardappel en snij hem in stukjes. Pel en snipper de ui.
Verwarm de olijfolie in een pan en voeg de uien en de knoflook toe. Laat deze een paar minuten fruiten.
Strooi de bloem erover en roer goed.
Voeg nu al roerend steeds een scheutje bouillon toe, tot de bloem er zonder klontjes in opgenomen is.
Rest van de bouillon, aardappelblokjes en brandneteltoppen toevoegen en laten koken tot de aardappels gaar zijn.
Mix de soep fijn en breng hem op smaak met peper en zout. Eventueel serveren met wat geraspte kaas.
Lekker met wat vers stokbrood!
Tip:
Wil je zelf brandnetels oogsten, vergeet dan niet je tuinhandschoenen mee te nemen. Oogst de brandnetels die in de schaduw of halfschaduw groeien, deze zijn sappiger en milder van smaak. In de zon wordt de smaak bitterder. Het beste pluk je de bladeren van de jonge toppen in het vroege voorjaar. Na mei gaat de plant zich voorbereiden op de bloei en is ze niet meer zo lekker.
