Soms is het lastig bij onze emoties te komen en neemt ons hoofd het graag over. Onbewust. 

We gaan liever weg van de dingen die we niet fijn vinden. Oude ervaringen bijvoorbeeld. Terwijl ze ons aardig in de weg kunnen zitten. Het mooie is, dat wanneer we bewust contact maken met ons lijf, daar de ruimte te vinden is om letterlijk en figuurlijk lekkerder in je vel te zitten. Om oude ervaringen los te laten zodat je ruimte ervaart. 

 

Merijntje Betzema deelt heel open haar ervaring. Ze is 38 als ze de diagnose autisme krijgt. Afgelopen jaren schrijft ze een serie autobiografische verhalen over haar leven met autisme. 

Speciaal voor de Lichtwerkplaats deelt Merijntje één heel hoofdstuk uit haar boek. Onderaan deze blog staat ook een link waarbij je kunt luisteren naar het hoofdstuk.

Hoofdstuk 4 – Massagetafel nr. 2

Mijn hoofd ligt in de hoofdsteun van de massagetafel. Simone vraagt of alles zo goed staat. Ik voel de hoofdsteunkussentjes op mijn voorhoofd en aan de linker- en rechterzijde op mijn wangen duwen. Het is altijd even wennen, dat gevoel op mijn gezicht, dat ik weet dat mijn ogen er straks als ik van de tafel af kom zo dichtgeslagen uitzien. 

Als ik mijn ogen iets open kan ik het houdertje onder de steun zien. Het lekbakje. Voor tranen, voor gesnotter. Als je hier ligt weet je dat er emoties los kunnen komen, die zich anders ver verstopt houden.

Simone begint de massage met het verkennen van de spanningen in het lichaam. De handdoeken liggen dan nog over mijn rug en benen. Zacht kneedt ze met haar handen mijn schouders en mijn rug, soms checkt ze de spanning in mijn benen. Na de eerste controle slaat ze een deel van de handdoek om en ligt mijn rug onbedekt. Ze loopt naar het tafeltje met de olie en ik hoor dat ze olie op haar handen laat lopen. Dan wrijft ze de olie over mijn rug op de plekken waar werk te doen is. Dit is het moment waarop ik weet dat we echt gaan starten. 

Na die eerste keren dat ik hier nu ben geweest, kan ik merken dat ik het spannend begin te vinden. Wat zal er vandaag gebeuren? Ik heb hoge verwachtingen, want tot nu toe heeft Simone dingen voor elkaar gekregen die geen fysio, psycholoog of coach voor elkaar kreeg bij mij omdat ik de gebieden die Simone in beweging zet zorgvuldig afgesloten had voor elke hulp van buitenaf.

Simone plant haar onderarm op mijn rug en beweegt traag naar een plek waarvan ik weet dat daar iets zit. Ik voel niet dat er iets zit. Ik wéét het. Haar arm schuift verder en pauzeert. Ze bevindt zich op een punt iets onder mijn schouderblad. Het duurt een poosje maar tijdens het pauzeren van haar beweging, voel ik hoe er pijn vanuit een diepe laag onder in mijn schouderblad zich een weg zoekt naar haar onderarm. Haar arm verandert heel langzaam van stand en ik weet dat ze nu haar elleboog op mijn schouderblad houdt. De pijn die ik daarnet voelde, stopt nog ruim voor haar elleboog bereikt is. Mijn hart klopt als een malle. De opening waar ik de pijn doorheen wil sturen richting haar elleboog sluit zich en ik bevind me in een grijze poel van onscherpe beelden. 

Contact maken met mijn pijn, dat is wat Simone doet, alhoewel het moeilijk uit te leggen valt. Haar arm volgt de spanningen die zijn opgebouwd in mijn lichaam en door deze te volgen met haar onderarm of elleboog maakt ze contact maakt met de pijn die ik voel, kan ze het lichaam helpen om de spanningen op te lossen. Dat kan niet zonder dat ik me openstel voor de pijn en voor het leggen van contact met haar en met de pijn die ik voel. 

‘Hoe graag wil jij echt contact met mij maken?’ vraagt Simone.

De vraag overvalt me. ‘Niets liever dan graag,’ mompel ik verbaasd vanaf de hoofdsteun.

Waarom vraagt ze dat nou? Ik maak toch contact? Of nee, ik ben te veel aan het nadenken.

Maar hoe maak ik contact? Wat doe ik fout? Waardoor stopt de pijn met stromen? 

Mijn hart begint sneller te kloppen. Mijn keel wordt bijna dichtgeknepen. Help, wat moet ik anders doen? Ik wil het zo graag goed doen! Als ik de pijn toelaat, weet ik dat ik straks opgelucht ben en minder pijn heb.

Ik voel dat ze afstand neemt. Haar arm is niet meer op mijn rug. Mijn gedachten stoppen met het vinden van een antwoord op het waarom van haar vraag en zoeken van antwoord op de vraag wat ik nou fout doe. Mijn hartslag komt tot rust. Ik adem weer normaal. Ik voel dat ik langzaam uit mijn hoofd kom, naar daar waarmee ik contact maak met mensen. Mijn hart. Mijn ziel. Niet over nadenken. Dan is het weer weg.

Simone plaatst haar elleboog terug op de plek van net.

‘Ik ben een magneetje en jij bent een magneetje. Mijn arm ligt nu hier op je rug. Probeer eens met het magneetje binnenin je contact te maken met mijn arm.’

Ik concentreer me op de plek waar haar arm is. Tegelijkertijd komt de grijze plek waar ik net was weer terug op mijn netvlies. Ik twijfel of ik daarnaar terug wil en voel angst. 

‘Het is goed. Ga maar terug naar waar je net was. Kijk er maar eens rond,’ moedigt Simone me aan. 

Het plein waar ik ben is groot en grijs. Vierkante tegels. Veel vierkante tegels. Ik sta in de uiterste hoek en zie aan de rechterkant van het grote plein tegen de hoge haag een speelrek waar je koppeltje kunt duikelen, en links daarvan hangen schommels. Zwarte aarde eronder zodat je zacht valt, als je valt. Er is een zandbak waar kinderen spelen. Vanaf waar ik sta start het plein bij een bakstenenmuur met hoge ramen. De muur van het boerenschooltje in Wilp. Ik kijk over het schoolplein en eindig bij de hoge bomen aan de rand van de weg die naar Twello gaat. 

Mijn moeder zegt dat ik geschopt werd door mijn klasgenootjes als ik op haar zat te wachten op het hek dat gemaakt was van treinbielzen, het hek onder de hoge bomen. Ik weet nog van de bomen, van het hek en het wachten, maar niet van die klasgenootjes. 

Daar staat Merijntje. Acht jaar. Donkerbruin stijl haar, een korte pony.

Twee heldere blauwe ogen kijken me aan: ‘Ik begrijp niet hoe de kinderen spelen met elkaar. Kun jij me vertellen hoe dat moet?’

Ik aarzel. Maar probeer dan toch om met haar te praten: ‘Wat begrijp je niet?’

‘Ik sta hier en zij zijn daar. Zij komen bij elkaar en praten met elkaar, lopen naar de zandbak, pakken schepjes en een emmer, rennen achter elkaar aan, lachen met elkaar. Ik sta hier en zij zijn daar. Ik weet niet hoe ik met ze mee kan doen.’

Hoe moet ik haar vertellen dat ik nog steeds niet precies weet hoe dat werkt? Meedoen. Hoe je mee moet doen met de gewone wereld. 

Ik zag de kinderen spelen. Dan zette ik een stap en kwam wat dichterbij. Ik keek of de kinderen mij zagen en ik keek of zij contact met mij maakten, of ze me zagen, of ze me vroegen: wil je meedoen? Maar er gebeurde niet altijd hetzelfde. Soms zagen ze me niet. Soms wilden ze niet dat ik meespeelde. Of ik dacht dat ze dit niet wilden. 

Ik weet nog steeds niet wat ik moet doen als het anders loopt. Als niemand me komt vragen: doe je mee? Ik voel me nog steeds verstijven als niemand opkijkt terwijl ik steeds een stapje dichterbij ben gekomen. Hoe kan ik haar dan uitleggen dat ik zelfs nu ik volwassen ben niet weet hoe het in zijn werk gaat? 

Ze kan natuurlijk gewoon gaan vragen of ze mee mag doen. Zet nou maar die stap. Ga nou maar. Doe in ieder geval iets. Dat zou ik nu zeggen tegen onze zoon. Ga het maar vragen en ga maar kijken of er antwoord wordt gegeven. Dat is wat ik nu doe. Gewoon doen. Maar wat moet deze kleine Merijntje dan doen als er geen antwoord volgt? Mag ze er dan wel bij gaan staan of bij gaan zitten? Mag ze dan ook met haar schepje in het zand in vormpjes een mooi taartje bakken? Of wat zeggen tegen het meisje waarnaast ze was gaan zitten.

Nu ik volwassen ben, weet ik het nog steeds niet altijd. Op een netwerkbijeenkomst zie ik de mensen met elkaar praten. Mensen in wie ik geïnteresseerd ben. Loop ik er dan naartoe? Ga ik er stilletjes bij staan om te kijken of iemand me ziet? Of als ze geen reactie geven nadat ik heb gekeken of ze mij zien, mag ik dan gaan praten of niet, mag ik dan een vraag stellen of moet ik dan weer weglopen wat, als ik eerlijk ben, voelt als falen. Of begin ik dan gewoon nog een keer opnieuw een gesprek? Het helpt als ik al wat mensen ken die me begrijpen. Het helpt als ik me vrolijk aankleed. Het helpt als ik ervoor zorg dat ik gezien word om wie ik ben.

Simone voelt mijn aarzeling. ‘Je mag me wel vertellen wat je ziet, als je dat wil.’

‘Ik heb de kleine Merijntje ontmoet. We staan op het schoolplein. Ik denk dat ze verdriet heeft. Ze wil graag spelen met de andere kinderen maar weet niet hoe dat moet. Ik wil haar wel helpen, maar ik weet niet hoe.’

‘Ga maar naast haar staan. Vraag wat ze nodig heeft. Of als je nadenkt over jouw leven nu, misschien weet je zelf wel wat ze nodig heeft?’

Op het grote grijze schoolplein met zijn hoge bomen langs de weg ga ik dicht naast haar staan. Wat ben ik groot! Het geeft niet wat de andere kinderen denken als ze naar ons kijken. Of wat de juf en de meneer van ons vinden terwijl ze hun rondje pleinwacht lopen.

Ik sla een arm om de kleine Merijntje heen. Ik haal diep adem.

‘Merijntje, ik begrijp je.’

De tranen druppelen uit mijn ogen, die door de hoofdsteun van de massagetafel in elkaar zijn gedrukt tot kleine rimpeltjes. Simone reikt een tissue aan. Onder de massagetafel door pak ik hem aan snuit opgelucht mijn neus. De pijn in mijn schouder heeft zich opgelost. Met een geleide meditatie sluit Simone de sessie af. 

Met de handdoeken om me heen kom ik voorzichtig overeind zitten. Ik kom langzaam terug in de werkelijkheid van het nu. Van Simone krijg ik een glas water. Ik drink het rustig op en kom van de massagetafel.

‘Stop deze maar bij je telefoon,’ zegt Simone. Ze geeft me een klein kaartje met gouden letters: ‘You are loved’. 

Ik laat het kaartje heen en weer bewegen tussen mijn vingers zodat het goud van de letters gaat schitteren.

‘Het staarde me de hele tijd aan terwijl ik je de behandeling gaf.’

 

Deze verhalen worden gebundeld tot een kleurrijk boek

De planning is om het boek ‘Zee van ruimte, leven met autisme’ op 2 april Wereld Autisme Dag 2022 te presenteren. Daarom is Merijntje een crowdfunding gestart op voordekunst zodat de publicatie mogelijk kan worden gemaakt.

 

Vind jij het belangrijk dat er meer begrip komt over leven met Autisme?

Dan kun je Merijntje steunen met haar boek. Hier is de link naar haar crowdfunding: https://www.voordekunst.nl/projecten/12929-boek-zee-van-ruimte-leven-met-autisme-1

Een voorleesfragment gefilmd door Maarten Zeehandelaar, kun je hier bekijken: www.voordekunst.nl/projecten/12929-boek-zee-van-ruimte-leven-met-autisme-1#fragment-uit-zee-van-ruimte

Merijntje Betzema over AutismeMerijntje Betzema

Ze is grafisch ontwerper en image consultant, woont in Arnhem, werkt in Zutphen. Haar wens is om zoveel mogelijk mensen te bereiken met haar positieve boodschap rondom de diagnose autisme. Zodat er meer begrip komt, je jezelf begrijpt en begrepen voelt. 

www.merijntjeaanderijn.nl

Deel en inspireer anderen