Mandala komt uit het Sanskriet, (uit het oude Indië) en betekent wiel of cirkel. De cirkel wordt als symbool van oneindigheid gezien met een binnen- en buitenwereld. De oudste mandala’s zijn gevonden in de Mogao-grotten in West China en in Japan. Het gebruik van deze symbolen vindt zijn oorsprong in het Hindoeïsme en Boeddhisme. Zij gebruikten de mandala als meditatieobject.

De vorm van een mandala is zo dat het de aandacht naar het midden van de afbeelding stuurt. Daar stonden oorspronkelijk Goden, Geestelijken en andere heilige symbolen. Die symbolen werden omsloten door een vierkant met daar buiten weer een cirkel. Modernere mandala’s bevatten vaak spiralen die de afbeelding een oneindig en draaiend effect geven. Het kijken naar deze afbeeldingen heeft een hypnotiserend en ontspannend effect. Ze zijn ook goed te gebruiken bij meditaties.

Waarom Mandala’s tekenen?
Op dit moment worden Mandala’s vooral gemaakt vanwege het positieve effect dat het tekenen van deze vorm heeft. Carl Gustaf, een bekende psychiater, zag een getekende Mandala als voorstelling van het onbewuste zelf.

Een greep uit de vele positieve effecten zijn:

  • Goed in contact komen met jezelf
  • Innerlijke processen op gang brengen
  • Los komen van oude patronen en denkbeelden
  • Creatieve ontwikkeling
  • Rustgevend
  • Innerlijke kracht vinden
  • Positief voor alle leeftijden
  • Helpt kinderen hun energie te bundelen
  • Bevordert de concentratie

Je kunt er natuurlijk voor kiezen om een mandala-kleurplaat in te kleuren. Maar het is uitdagender om er zelf een te ontwerpen. Dat kun je doen door met een passer cirkels van verschillende groottes in elkaar te tekenen. Kies voor gelijke afstanden tussen de verschillende cirkels, of misschien vindt je juist een ongelijke verdeling mooier. Verdeel vervolgens de cirkel in 6 of 12 gelijke parten. Dit doe je door na het trekken van de grootste cirkel je passer in die lijn te zetten en aan beide kanten op de lijn een punt te zetten. Verplaats je passerpunt naar het nieuw gekregen punt en doe hetzelfde nog eens net zolang tot je zes punten op de cirkellijn hebt staan. Zoek het midden van twee van die zes punten en trek vanaf daar ook zes punten op de cirkellijn. De punten verbind je met elkaar met een lineaal door het midden. Zo maak je het raamwerk voor jouw mandala. Dit raamwerk kun je vervolgens vullen met vormen, lijnen en figuren die jij mooi vindt. Daarna kun je het geheel inkleuren.